Goochelaar Agricola 

jeugdshows met goochelen en buikspreken voor basisscholen en theaters, 06 - 39 48 93 37
★ educatief ★ verbluffend ★ amusant ★
 

Hoe word je goochelaar? Deze vraag is mij honderden malen gesteld en ik kom nog steeds mensen tegen die mij dat vragen. Soms is dat vanuit een behoefte om zelf te leren goochelen. Meestal wordt de vaag gesteld vanuit belangstelling. Er bestaat geen algemeen recept om goochelaar te worden. Iedereen moet zijn of haar eigen weg zien te vinden. Hieronder ga ik in op mijn eigen ontwikkeling als goochelaar. 


In 1970 zag ik voor het eerst een goochelaar. Als jongetje van zeven jaar was ik enorm onder de indruk van de kunsten van een oudere, maar vitale heer die op een veranda in het centrum van Zwolle optrad als goochelaar en buikspreker. Die bijzondere belevenis riep bij mij de wens op om ook te kunnen goochelen.


Mijn ouders hadden nog een oud goochelboekje, dat omstreeks 1935 was uitgegeven door Quaker Graanproducten uit Rotterdam voor reclame-doeleinden: Het meesterboek der toverkunst. Mijn vader hielp me bij het lezen daarvan en ik ging zelf aan de slag met veters, lucifers en zakdoeken. Toen ik acht werd, kreeg ik van sinterklaas een goocheldoos. 


Ik leerde een paar goocheltrucs en had daar succes mee. Omstreeks mijn tiende levensjaar ging ik bij ons thuis in de garage voorstellingen geven als goochelaar voor kinderen uit de buurt. Ik kocht meer goocheldozen en goochelboeken,en flanste zelf nieuwe trucs in elkaar, waardoor mijn repertoire zich geleidelijk uitbreidde. Ook ontwikkelde ik een act met een buikspreekpop.
Toen ik op de middelbare school zat, oefende ik veel en deed een paar keer mee met talentenjachten in onze woonplaats (Apeldoorn). Naar aanleiding daarvan werd ik hier en daar gevraagd om op kinderfeestjes op te treden als goochelaar. Daar vroeg ik een heel geringe onkostenvergoeding voor. Heel veel ouders uit onze kinderrijke buurt hadden dat over voor de verjaardag van hun kind.

Het grote nieuws verspreidde zich snel. Ik werd steeds meer gevraagd als goochelaar zonder dat ik daar ook maar enige reclame voor hoefde te maken. Mijn bescheiden inkomsten gebruikte ik voornamelijk om nieuwe goochelattributen te kopen, met name bij de inmiddels niet meer bestaande goochelstudio’ s Triks uit Amsterdam en Aukes uit Veenendaal.


Op zaterdag trad ik vaak drie keer op als goochelaar op kinderfeestjes. Mijn  opdrachtgevers kwamen mij steeds halen en brengen. Voor een scholier was dit een hele interessante bijverdienste. Vanaf mijn vijftiende kreeg ik ook opdrachten die wat lucratiever waren. Dat kwam doordat ik gevraagd werd om als goochelaar op te treden voor grotere groepen zoals scholen, buurtverenigingen en sportverenigingen. Ook werd ik ontdekt door een poppenspeler, met wie ik een paar jaar heb samengewerkt. Ik trad op als goochelaar tussen de voorstellingen met de poppenkast, en hielp hem bij zijn optreden als clown. 


Ik werd lid van een goochelvereniging in Apeldoorn (Magische Kunst Kring, MKK) die inmiddels niet meer bestaat. Daar kreeg ik waardevolle adviezen een goochelaars die al langer in het vak zat. Nieuwe goochelattributen en -boeken kocht ik vooral bij goochelstudio Kali in Dordrecht. Ook nam ik af en toe deel aan goocheldagen en goochelcongressen die werden georganiseerd onder auspicien van de Nederlandse Magische Unie (NMU, de overkoepelende organisatie van 24 Nederlandse goochelverenigingen waarbij ruim 500 goochelaars zijn aangesloten. Daar ontdekte ik dat ik nog heel veel moest leren om een volwaardig goochelaar te zijn.


Tijdens de eerste twee jaren van mijn scheikundestudie in Utrecht ging ik gewoon door met het verzorgen van kindervoorstellingen omdat ik toen nog bij mijn ouders in Apeldoorn woonde, de plaats waar ik als goochelaar bekend was en veel gevraagd werd. Toen ik op mijn twintigste het huis uitging, stopte ik met optredens op kinderfeestjes, maar nam nog wel de wat grotere klussen aan. Geleidelijk nam mijn belangstelling voor goochelen en optreden af omdat andere dingen mijn aandacht vroegen. Na mijn afstuderen heb ik eerst enkele jaren in loondienst gewerkt als vakredacteur bij Ingenieurskrant, de voorloper van Technisch Weekblad.
Op mijn 28e besloot ik voor mezelf te gaan werken. Ik vestigde me als zelfstandig publicist en ging schrijven voor industriële vakbladen. Toen kreeg ik weer zin om het goochelen op te pakken, maar dan als ondernemer. Het is goed mogelijk om tegelijkertijd schrijver en goochelaar te zijn. Ik kon zowel het schrijven als het goochelen doen onder de vlag van mijn eenmanszaak.

Ik liet artiestenkaarten maken waarop ik me presenteerde als goochelaar, zette een advertentie in de Gouden Gids, verstuurde mailings, nam contact op met artiestenbureaus. Al vrij snel had ik aardig wat werk. Ik ontdekte dat er bij artiestenbureaus in die tijd veel meer belangstelling was voor een goochelaar die tijdens een feest langs de tafeltjes gaan om mensen met enkele goocheltoeren te vermaken dan voor een goochelaar die een goochelshow voor kinderen kan verzorgen. In de eerste helft van de jaren negentig organiseerde ik op mijn kantoor in Utrecht goochelcursussen en workshops goochelen. 


Via artiestenbureaus werd ik veel geboekt als tafelgoochelaar op  personeelsfeesten van bedrijven genoemd, en me te presenteren als . Aanvankelijk vond ik dat leuk, maar naar verloop van tijd begon het me steeds meer tegen te staan. Ik moest steeds lang werken (vier uur per avond) en de harde muziek en de rook stonden me tegen. Daarom besloot ik te stoppen met tafelgoochelen, ook wel table magic genoemd en me te concentreren op optredens voor kinderen, maar dan groter dan voorheen.


Ik kocht een decor en een soundmixer. Met mijn vriendin Kiki ontwikkelde ik een nieuwe voorstelling waarin zij optrad als clown en ik als goochelaar. Dat viel voor mij niet mee omdat ik jarenlang alleen had opgetreden, maar na de nodige aanloopmoeilijkheden hadden we een leuke goochelshow die veel werd geboekt.    


We waren echter zoveel bezig met optredens en alle rompslomp daaromheen, dat ik helemaal geen artikelen meer schreef. Toen ik 34 was, besloten we helemaal te stoppen met optredens. Ik kon mijn ei er onvoldoende kwijt omdat ik tamelijk intellectueel ben ingesteld. Ik vond destijds geen uitdaging meer in het werken als goochelaar omdat de optredens omdat teveel routinewerk voor mij werden.


Nadat we een punt hadden gezet achter optredens, hebben we vijf jaar lang geen voorstellingen gedaan. Dat beviel ons prima. Ik ontdekte dat ik mijn identiteit voor een belangrijk deel ontleende aan het goochelaar zijn. Wie was ik als ik mijn rol van goochelaar niet speelde? Daar kwam ik geleidelijk meer en meer achter. Voor mij werd het duidelijk dat het in het leven gaat om de primair gaat om de ontwikkeling van de mens, en dat de ontwikkeling als artiest of als ondernemer secundair zijn. Ik hield me tamelijk intensief bezig met levensbeschouwing en spiritualiteit. 


Ik schreef artikelen in opdracht van industriële vakbladen zoals: Afval Forum, Chemie Magazine, Industrial Maintenance, Industrieel onderhoud, PetroChem en Utilities. De onderwerpen die ik behandelde hadden vaak betrekking op arbeidsomstandigheden, automatisering, beleid, chemie, energie, engineering, esoterie, industrie, management, milieu, onderhoud, personeel en organisatie, spiritualiteit, training en opleiding, veiligheid, water en zakelijke dienstverlening.


Toen ik in het jaar 2002 via internet vele goochelspullen en goochelboeken verkocht, kwam ik in contact met een lid van de Magische Kring Centraal Nederland, de  goochelclub waar ik vroeger ook lid van was geweest en waar ik den februari 2008 voorzitter van zou worden. Deze goochelaar vertelde me hoe leuk het daar nu was en nodigde me uit eens een keer te komen kijken. In 2003 werd ik lid en na enkele maanden begon het weer te kriebelen. Ik had zin om weer te gaan optreden met goochelen. Ik maakte websites, liet drukwerk maken, timmerde flink aan de weg en werkte aan uitbreiding en verbetering van mijn repertoire. Eind 2004 liepen de zaken zo goed, dat ik mijn schrijfactiviteiten opgaf om fulltime te kunnen werken als goochelaar en  buikspreker.